Hotel Mahler '07

Margrith Vrenegoor
Producties
Archief
Regisseuse Margrith Vrenegoor zoekt.
door Janine Hoekstein

Naar de essentie van het bestaan. Naar de keuze tussen leven en overleven. Maar ook naar de verrassende ideeën, naar mogelijkheden om vertrouwde elementen in een nieuwe omgeving te plaatsen. In het Koninklijk Concertgebouw maakte ze de productie Für dich leben, für dich sterben, waarin ze naar een manier zocht om mahler-liederen anders voor het voetlicht te brengen. Het was haar eerste door het Fonds gesubsidieerd project.

 

Subsidieaanvragen

In het begin had ik geen idee hoe het werkte in subsidieland. De eerste drie jaar zijn mijn subsidieaanvragen dan ook afgewezen. Eigenlijk haat ik het, subsidie aanvragen. Terwijl je nog niks gemaakt hebt, moet je al schrijven wat het wordt! Wat wist ik van dit project toen ik ermee begon? Dat de basis liederen van Mahler waren, in een andere context geplaatst als bij een recital, dat het een confrontatie zou zijn tussen een danser en een zanger en dat het uiteindelijk zou gaan over de relatie tussen twee mannen binnen het tijdsbestek van één nacht.
De eerste vraag bij het Mahler-project was al:”Waar valt het onder?” Dus waarvoor vraag ik subsidie aan? Dans? Muziek? We noemen het nu muziektheater. Ik heb geleerd dat het uiteindelijk belangrijk is dat je jouw passie voor wat je wilt maken

 

kunt overbrengen in de aanvraag. Maar het blijft lastig om helder te krijgen waarom je de ene keer wel en de andere keer geen subsidie krijgt.’

 

Intieme schoonheid

‘Ik ben grootgebracht met Mahler. Mijn vader droomde ervan om dirigent te worden, maar mocht dat niet van zijn ouders. Hij had een winkelen als mijn moeder dan op zondag de etalages veranderde en mijn vader de boekhouding deed, zette hij heel hard muziek aan: Beethoven, Tsjaikovski, Mahler. Zo is mijn liefde voor Mahler begonnen. Zijn muziek gaat over de eeuwige kringloop van leven en dood, van liefde en verlangen. Zijn liederen hebben iets theatraals, iets meeslepends, maar tegelijkertijd zijn ze van een persoonlijke, intieme schoonheid.’‘

Mijn ideëen komen voort uit andere producties. Eén element of moment daaruit kan me op het spoor zetten van een nieuwe voorstelling. Toch ben ik vaak bang dat ik niets kan verzinnen. Noem het een soort makerspaniek. Dan probeer ik veel verschillende dingen uit. Gaandeweg heb je steeds minder dingen nodig om te vertellen wat je wilt vertellen en blijft over wat voor mij essentieel is. Ik ben een verzamelaar. Ik moet veel hebben om veel weg te kunnen gooien en tot de kern te komen.’

 

‘Voor het Concertgebouw had ik met Maarten Koningsberger een kinderconcert gemaakt. Dat was ontzettend leuk. Zoiets wilde ik ook voor volwassenen maken, een voorstelling gebaseerd op liederen. Anders dan een recital. Met drie plannen ben ik naar het Concertgebouw gegaan en zij zagen mijn Mahler-idee wel zitten in de serie Muziek en scène, recitals met een theatrale inslag. Aanvankelijk wist ik ook niet waar we zouden uitkomen, hoe de combinatie van liederen en dans zou zijn. Maar die liederen hadden hun kwaliteit al bewezen en dat is altijd een goed uitgangspunt voor een voorstelling. Maarten Koningsberger is het schoolvoorbeeld van een zanger die bereid is over de grenzen van zijn vak heen te kijken. Hij doet opera’s even makkelijk als recitals én wil zich openstellen voor andere mogelijkheden. Hij is absoluut niet bang om buiten de context van zijn vak te werken. Met danser Dries van der Post had ik al eerder twee producties gedaan. Dries stapt heel open en zonder vooropgezette verwachtingen in een project. En pianist Kelvin Grout had ik prachtige Mahler-liederen horen spelen die normaal door een orkest worden begeleid.’

 

Appels schillen

‘Recitalzangers zijn gewens alle emotie met hun stem uit te drukken en niet met hun lichaam, zoals dansers. Mijn Mahler-voorstelling mocht beslist geen “liedjes met dans” worden. Door de zanger te laten bewegen en de danser soms niet te laten dansen, doorbraken we dit. Na drie sessies waarin we dingen uitgeprobeerd hadden, was duidelijk dat de basis van de voorstelling een emotionele spanning tussen de twee mannen, de danser en de zanger, moest zijn. Omdat de liederen in een heel andere context kwamen te staan, moest Maarten alle liederen opnieuw interpreteren. We bekenen wat hij fysiek nog kon doen tijdens het zingen. Dat bleek vrijwel alles te zijn. Hij kon Dries dragen, ze konden vechten en nog zong hij door. Totdat ik hem zittend aan een tafel een appel liet schillen: gek genoeg was dat het moeilijkste gedeelte voor hem om te zingen.

 

De voorstelling opent met een gestileerde vrijpartij, waarbij Maarten met zijn rug naar de zaal het lied Das Irdiche Leben zingt. Dat lied gaat over een kind dat sterft van de honger. Door de houding waarin de twee mannen stonden ging het ineens over een mens die sterft aan een gebrek aan liefde. Zo kreeg bijna elk lied een andere betekenis. Maarten zei later: “Ik zal Mahler nooit meer zo zingen als ik vroeger heb gedaan.” ’

 

Leven en overleven

'In alles zoek ik naar de essentie, ik wil me niet verliezen in een ankedote. Als uitgangspunt voor mijn voortellingen gebruik ik vaak romans of filmscenario’s, teksten die niet voor theater bedoeld zijn. Als een boek zichzelf bewezen heeft, kun je het op zijn kop hangen, maar dan blijft het goed. Het eindresultaat is vooral afhankelijk van de kwaliteit van het basismateriaal. Centraal in mijn werk staat het thema leven of overleven. In hoeverre ben je in staat als mens te leven en ben je niet alleen bezig met het bevechten van je plek? Is het genoeg wat je bent, en welke keuzes maak je? Zelfs in de kinderconcerten die ik maak kun je met een beetje goede wil dit thema zien: hoeveel ruimte hen je of neem je om te zijn wie je bent? Per jaar maak ik vier tot vijf producties. In totaal hebben we, met grote tussenpozen, twee maanden gerepeteerd aan Für dich leben, für dich sterben In de periode waarin we met het project bezig zijn geweest, werden danser, zanger, pianist en de muziek van Mahler een eenheid. Ik houd me niet bezig met wat “men” ervan vindt. Ik kan alleen maken wat mijzelf voor ogen staat.’

 

Verschenen in: Nummer 4, uitgave van Fonds voor Amateur en Podiumkunsten, november 2004.