Interview

Margrith Vrenegoor
Producties
Archief



 

INTERVIEW

Peter Sierksma, februari 2005

Waar kies je voor?

 

Vrenegoor: “Je had in die tijd nog geen regie-opleiding. Ik liep wel al college bij Erik Vos. Hij doceerde toneelgeschiedenis voor neerlandici, de zaal was altijd bomvol, de studenten zaten in het gangpad. Ik vond het geweldig wat hij vertelde.”
 

Tijdens haar studie geschiedenis kwam Margrith Vrenegoor erachter dat zij iets wilde met ‘het theater’. Iets. Maar wat was onduidelijk. In elk geval geen actrice worden.

Vrenegoor: “Je had in die tijd nog geen regie-opleiding. Ik liep wel al college bij Erik Vos. Hij doceerde toneelgeschiedenis voor neerlandici, de zaal was altijd bomvol, de studenten zaten in het gangpad. Ik vond het geweldig wat hij vertelde.”
Als kind gingen we naar Circus Carré of naar het Scapino ballet, maar vooral met mijn vader naar de film. Als je bij ons thuis iets wilde, dan kon dat. Zo bouwde mijn broer Jaap - nu fotograaf maar vroeger bekend als drummer, o.a. van Sjako! - op een gegeven moment een studiootje in de garage en dat kon dan. Tot mijn ouders opeens te veel blowende muzikanten in het portiek aantroffen”
 
Luidsprekers
“Ik ben opgegroeid in Amsterdam-West. Mijn ouders hadden een klein warenhuis aan de Jan van Galenstraat. Mijn opa is begonnen met een drogisterij op de ene hoek van de straat en mijn vader is geëindigd op de ander hoek van de straat. Ieder jaar brak hij een winkel door. Uiteindelijk hadden mijn ouders dertig man personeel. Ja, wat verkochten we zoal: witgoed, kinderwagens, zilver, parfumerie, lederwaren, de hele mikmak eigenlijk. Dat soort winkels heb je nu niet meer."

Mijn vader wilde altijd dirigent worden, maar dat vond zijn vader geen vak. Hij moest de handel in. Zijn liefde voor de muziek bleef. Mijn vader had een grote platencollectie met het hele klassieke wereldrepertoire: Beethoven, Tsjaikovski, Mahler… In de winkel had hij op zeker moment overal luidsprekers geïnstalleerd en in het weekend schalden dan die orkestwerken door de hele ruimte heen. Zo zijn wij gepokt en gemazeld in de muziek.” 

 

Teerketelsteeg
“Tijdens mijn studie ben ik regisseur Elise Hoomans tegenkomen. Bij haar en bij Erik Vos ben ik toen stages gaan volgen. In die tijd had ik net met mijn broer Jaap, zijn vriend Coen van Vrijberghe de Koning en danseres Anne Affourtit een studio opgericht: United Sweat. In de Teerketelsteeg, vlakbij het Sonestahotel en de oude Lutherse kerk hadden we een pand van drie verdiepingen: een kantoor, een geluidsstudio en een piepklein theatertje. Er konden met moeite veertig mensen per avond in. We speelden daar eigen producties, vaak bewerkingen van bekende romans of verhalen, o.a. Het Bittere Kruid, van Marga Minco en De vrouw met de vogelkop van Inez van Dullemen. Dankzij die productie kon ik een regie-assistenschap lopen bij Erik Vos; hij was erg onder de indruk.”

“We hadden altijd een chronisch geldgebrek. Iedereen werkte buiten de deur om de studio in leven te houden. Ik bewerkte een groot aantal romans voor onze eigen producties. Ik schreef brieven naar de schrijvers en die reageerden stuk voor stuk welwillend. Grethe Weil nodigde me uit om naar Hamburg te komen, Mies Bouhuys kwam naar De overlevende kijken en van Marga Minco kreeg ik vrijwel per omgaande een enthousiaste brief terug. We maakten een afspraak. En toen zei ze: ga je gang maar, alleen, ik kom niet kijken. Dat begreep ik wel. Ik dacht ‘het is jouw leven’. Maar niet veel later belde ze me op dat ze toch graag wilde komen kijken. Toen hebben we alleen voor haar dat stuk gespeeld. Dat was heel bijzonder. Zij in tranen, wij in tranen - ze vond het heel goed godzijdank.”
 

 

De Brakke Grond
“Tot onze grote verbazing kwam niet lang daarna Hans Man in’t Veld van De Brakke Grond een keertje kijken. Hij zei ‘Joh, dit is wel erg klein, kom maar bij ons.’ Vanaf dat moment hadden wij onze premières dus in de Brakke Grond en raakte alles in een stroomversnelling. We gingen door met onze eigen United Sweat Producties, waarbij Coen en Jaap speelden en de muziek maakten en ik de stukken schreef en regisseerde.” Ruim vijf jaar lang hebben we zo gewerkt, toen was het tijd voor iets anders. Ik moest ook wel, want Coen van Vrijberghe werd opeens beroemd bij de film en mijn broer speelde als drummer bij o.a. Sjako!
 Ik stapte naar het impresariaat van Pim Wallis de Vries en zei: ‘Pim, ik geloof dat het tijd wordt voor de grote zalen.’
Hij keek me aan en zei: ‘Ja, dat geloof ik ook. Kom maar met een plan.’ Zo ontstond Het Koekoeksnest, een bewerking van One flew over the cuckoo’s nest. Met Petra Laseur en Peter Faber in de hoofdrol. Pim vond het een goed idee en hoewel de productie verschrikkelijk zwaar was, werd het een groot succes. Peter heeft er de Theo d' Or voor gekregen en Herman Bolten de Harlekino-nominatie. Rijen mensen voor de ingang van het Nieuwe de la Mar Theater. Ik weet nog dat ik s’avonds op mijn fiets stapte om te kijken hoe lang de rij was. De mensen stonden soms tot om de hoek bij ‘Americain’. Ik stond opeens midden in de grote wereld. Van een non-budget naar een budget van een kleine twee miljoen gulden.”


Schouwburg
“Daarna heb ik heel uiteenlopende producties gemaakt. Ook moderne-dansvoorstellingen, op basis van filmscripts. Hiroshima Mon Amour van Marguerite Duras bijvoorbeeld. En ook bewerkingen van klassieke stukken als de Gysbreght van Vondel. De kritiek was aanvankelijk vernietigend. We hadden de Gysbreght om zeep geholpen. Van ons script deugde helemaal niks, voor ze nog maar iets gezien hadden, wisten de recensenten het al. Ik haalde zelfs het Acht uur journaal al voor de avond van de première. ‘Hoe voelt dat, om zo in de vuurlinie te staan?’ werd mij gevraagd. Welnu, vreemd. 

 

Onafhankelijk
 “Ik ben altijd onafhankelijk gebleven. Nooit bij een gezelschap gegaan of me aan een theater verbonden. Nog los van de vraag of ze mij wilden hebben. Een keer ben ik ingevallen voor Peter Zonneveld bij het Ro-theater. Maar dat was niks voor mij, zo’n groot bedrijf. Alles moet zo lang van tevoren gepland worden dat er binnen het repetitieproces nauwelijks vrijheid is om te veranderen. Alles ligt vast. Décor, kostuums, lichtontwerp en ga zo maar door.
 Belangrijkste is voor mij dat je met gelijkgestemde mensen kunt werken. Sommige dingen zijn moeilijk uit te leggen. Je zoekt elke voorstelling naar een ander idioom, naar een vorm, waarmee je vertelt wat wilt vertellen. Ik wil de vrijheid hebben om alles te zeggen wat er in mijn kop op komt tijdens een repetitieproces. En dat geldt wat mij betreft voor iedereen die bij een voorstelling betrokken is. Ontbreekt die vrijheid, dan kan ik niet werken.”
“Niet lang daarna ben ik in de Stadsschouwburg Amsterdam terecht gekomen. Ze verbouwden de voormalige studio van het Nationaal Ballet voor ons tot een kleine, maar goed geoutilleerde theaterzaal, met een eigen kantoor, kleedkamer.
Als Courage hebben we zeven ongelofelijk goede jaren gehad in de schouwburg Samen met licht- en decor ontwerper Tom Verheijen maakte ik o.a. Gok, een bewerking van Cyrano die Ko van der Bosch voor ons maakte, Hiroshima , mon Amour met dansers Anne Affourtit en Dries van der Post, Slachthuis 5 met de Belgische acteur Peter de Graaf en Bezonken Rood van Jeroen Brouwers met Har Smeets. 
Ik heb dat nooit begrepen, die strikte scheiding tussen het grote en het kleine toneel. Of de scheiding tussen de verschillende circuits, je speelt in het Shaffy Theater of in de Brakke Grond of in de Schouwburg. Ik heb nooit begrepen wat er raar aan is om je daar juist tussenin te bewegen. Heb je wat te vertellen, daar gaat het om. Niet om de lengte of de omvang van de bezetting of de grote van de zaal.” 

 

Keuzes
“Waar het uiteindelijk dan wel om gaat? Om de keuzes die je als individu in je leven maakt. Je zult altijd in situaties terechtkomen waar je zelf niet om hebt gevraagd. Denk maar aan oorlog, ziekte, werkeloosheid. En altijd doet zich dan wel een keuzemogelijkheid voor. Hoe gaat iemand daar mee om en welke keuzes maakt hij? Dat is essentieel. Mijn fascinatie voor dit soort vragen, zijn denk ik thuis al ontstaan.”
“Veel van mijn eerste producties gaan over de oorlog. Wat is goed? Wat is fout? En is er nog iets anders dan dit? Waar kies je voor? Want als je niet kiest, is dat ook een keus. Dan kies je ervoor om weg te kijken of te overleven of denk je, ik ben te laf, ik kan het niet. Iedere keuze heeft gevolgen. En over die keuzes en gevolgen gaat het in mijn bewerkingen vaak. In Het Koekoeksnest bijvoorbeeld gooit de hoofdfiguur zijn kont tegen de krib en keert zich tegen het hele machtige systeem van de psychiatrische zorg. In de op liederen van Mahler gebaseerde voorstelling Hotel Mahler gaat het over de bereidheid je over te geven aan een ander. De zanger geeft zich helemaal over aan zijn liefde en verlangen, ook als die niet beantwoord wordt. In mijn  jongste voorstelling Hond in de nacht, naar het boek van Mark Haddon, kiest een autistische jongen er voor zijn leven drastisch te veranderen, terwijl voor hem de kleinste verandering al moeilijk is Ook al zet dit zijn leven op de kop.”

 

 Tegendraads als het moet…
“Ja, soms kan het niet anders. Zo herinner ik me nog de coup in Chili tegen president Allende. We zaten midden in een hoorcollege toen het nieuws bekend werd en er meteen iemand naar voren kwam, die zei ‘We moeten staken en de hele universiteit platleggen. Om te laten zien wat er gebeurd is.  En dus moest er gestemd worden. Er zaten wel driehonderd studenten in de zaal en iedereen stak zijn hand op, behalve ik. Niet omdat ik tegen was, helemaal niet, maar ik wilde mij niet uitspreken over iets waar ik niet genoeg van af wist. Van huis uit wist ik: en als je ergens voor kiest, dan ga je daar ook voor.”
Lachend: “Dus zat ik daar, helemaal in mijn eentje.”
 

 

Interview n.a.v. Hotel Mahler met Maarten Koningsberger en Dries van de Post.